Voetfout
De serveerder mag gedurende de uitvoering van de service:

a. Zijn stand niet veranderen door een loopbeweging. De serveerder wordt niet geacht „zijn stand te veranderen door een loopbeweging” door geringe bewegingen van de voeten die geen wezenlijke invloed hebben op de oorspronkelijke door hem ingenomen stand.

b. Met geen van beide voeten enig ander gedeelte van het veld aanraken dan dat gelegen achter de achterlijn tussen de denkbeeldige verlenging van het middenmerk en de zijlijnen.