Het speelveld
Het speelveld moet een rechthoek zijn, 23,77 m (78 voet) lang en 8,23 m (27 voet) breed.

Het moet dwars over het midden worden gescheiden door een net, dat aan een koord (netkoord) of metalen kabel (netkabel) hangt, die een diameter van ten hoogste 0,8 cm (1/3 inch) mag hebben en waarvan de uiteinden bevestigd moeten zijn aan of lopen over de bovenkant van twee palen (netpalen), die niet meer dan 15 cm (6 inches) in het vierkant of 15 cm (6 inches) in diameter mogen zijn. Deze palen mogen niet meer dan 2,5 cm (1 inch) boven de bovenkant van het net uitsteken. De palen moeten met hun hartlijn aan elke zijde 0,914 m buiten het speelveld staan en de hoogte van de palen moet zodanig zijn, dat de afstand gemeten vanaf de bovenkant van het koord of de metalen kabel tot de grond 1,07 m (3 voet en 6 inches) bedraagt.

Wanneer voor enkelspelen een gecombineerd dubbel- (zie Regel 34) en enkelspelveld met een dubbelspelnet wordt gebruikt, moet het net tot een hoogte van 1,07 m (3 voet en 6 inches) worden ondersteund door middel van twee palen, „enkelspelpaaltjes” genaamd, die niet meer dan 7,5 cm (3 inches in het vierkant of 7,5 cm (3 inches) in diameter mogen zijn. De enkelspelpaaltjes staan met hun hartlijn aan elke zijde op 0,914 m (3 voet) buiten het enkelspelveld.

Het net moet volledig gespannen zijn, zodat het de ruimte tussen de twee palen geheel vult en het moet zo’n kleine maaswijdte hebben dat de bal er niet doorheen kan gaan. De hoogte van het net moet in het midden 0,914 m (3 voet) zijn, waar het strak moet worden neergetrokken door een band (nettrekband), die niet breder dan 5 cm (2 inches) mag zijn en die geheel wit van kleur moet zijn.

Het netkoord of de netkabel moet te zamen met de bovenzijde van het net bedekt zijn door een linnen of kunststof band (netband), die niet smaller dan 5 cm (2 inches) en niet breder dan 6,3 cm (2,5 inches) aan beide zijden van het net mag zijn en die geheel wit van kleur moet zijn. Er mag geen reclame staan op het net, de nettrekband, de netband of de enkelspelpaaltjes.

De lijnen die de korte en lange zijden van het speelveld begrenzen worden respectievelijk de „achterlijnen” en de „zijlijnen” genoemd. Aan weerszijden van het net, evenwijdig daaraan en op een afstand van 6,40 m (21voet) daarvan,moeten de,,service-lijnen’’ worden getrokken. Het oppervlak aan weerszijden van het net tussen de service-lijn en de zijlijnen moet door de „middenservicelijn” in twee gelijke delen, „service-vakken” geheten, worden verdeeld; de middenservice-lijn moet 5 cm (2 inches) breed zijn en evenwijdig aan de zijlijnen getrokken worden. Elke achterlijn moet in tweeën worden gedeeld door het „middenmerk”, bestaande uit een lijn van 10 cm (4 inches) lang en 5 cm (2 inches) breed, liggende binnen het speelveld en rechthoekig op en aansluitend aan die achterlijn.

Alle andere lijnen mogen niet minder dan 2,5 cm (1 inch) en niet meer dan 5 cm (2 inches) breed zijn, behalve de achterlijn, die niet meer dan 10 cm (4 inches) breed mag zijn; alle afstanden moeten worden gemeten tot aan de buitenkant van de lijnen. Alle lijnen moeten dezelfde kleur hebben.

Indien er reclame of enig ander materiaal achter het speelveld wordt aangebracht, mag daarop geen wit of geel voorkomen. Een lichte kleur mag slechts worden gebruikt indien deze het zicht van de spelers niet bemoeilijkt.

Indien er reclame is aangebracht op de stoelen van de lijnrechters die achter het speelveld zitten, mag daarop geen wit of geel voorkomen. Een lichte kleur mag slechts worden gebruikt indien deze het zicht van de spelers niet bemoeilijkt.