Iedereen die een beetje van tennis houdt, kent natuurlijk de vier Grand Slam toernooien. De Australian Open, Roland Garros, Wimbledon en de US Open zijn de belangrijkste toernooien van het jaar. Het oudste toernooi van de vier is Wimbledon, dat voor het eerst plaatsvond in 1877. De term Grand Slam verwijst naar het winnen van alle vier deze toernooien binnen hetzelfde kalenderjaar. De vier tornooien na elkaar winnen, maar niet binnen hetzelfde kalenderjaar, wordt een ‘Non-Calendar Year Grand Slam’ genoemd. De vier toernooien winnen binnen hetzelfde kalenderjaar én een olympische gouden medaille, noemt men een ‘Golden Slam’.

Wimbledon pionier

Tennisspelers hebben pas sinds 1924 de kans om een Grand Slam te winnen, het moment waarop de International Lawn Tennis Federation de vier hogergenoemde toernooien als zogenaamde Majors bestempelde. Voor die datum werd enkel Wimbledon door het ILTF beschouwd als een groot toernooi.

De term

In de 17e eeuw werd de term slam voor het eerst gebruikt in het kaartspel Whist, wanneer iemand alle zogenaamde ‘tricks’ won. In de 19e eeuw veranderde men deze term naar grand slam. In 1925 ontstond het kaartspel Contract Bridge, een spel dat zeer populair was in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, waarbij de term grand slam uit Whist werd overgenomen. In 1930 integreerde de term zichzelf ook in het golfspel, toen Bobby Jones de vier grote kampioenschappen won.

De ‘uitvinder’ in het tennis

Auteur John F. Kieran wordt algemeen beschouwd als de persoon die voor het eerst de term Grand Slam gebruikte in het tennis. Sportjournalist Alan Gould gebruikte de term echter al twee maanden eerder dan Kieran in een artikel dat hij schreef.